Recentelijk verscheen er een klaagzang op internet over
de aanwezigheid van scholieren in de Universiteitsbibliotheek. Nu ben ik van
mening dat als je iets doet, je het dan ook goed moet doen. Een blog schrijven
over een ‘probleem’ en dat vervolgens zwak onderbouwen én niet in correct
Nederlands schrijven, vind ik niet helemaal de manier. Na de irritatie die bij
mij ontstond na het lezen van dit stuk, heb ik toch maar besloten de pen (of in
dit geval de laptop) ter hand te nemen.
Dat
er scholieren ‘jouw plekje’ in de UB bezet houden, is ongetwijfeld enorm vervelend.
Want wat wij -universitaire studenten- doen, is vele malen belangrijker dan
wat scholieren, HBO’ers en MBO’ers doen.
Sterker nog; ieder mens dat een voet in de UB zet, moet even goed nadenken of
zij wel zo’n waardevolle aanvulling op de maatschappij zijn als wij. Jezus, wat
is het belangrijk wat wij allemaal leren, bedenken en presteren. We mogen
onszelf wel een enorme schouderklop geven, de top van de maatschappij, de crème
de la crème, wij leiden, de rest volgt. Gadverdamme.
Waar
ik me een ‘migraine’ aan erger? Je kunt je namelijk grammaticaal gezien onmogelijk
‘ergens aan irriteren’. Iets (je huisgenoot, een scholier) irriteert je en je
ergert je ergens aan. Het onderscheid lijkt mij te volgen. Maar goed, mijn
ergernis(sen). De Henk-Jan Friso van Gerenstraem-ter Veld’s die om 11 uur de UB
binnenrollen. De bijbehorende ‘hertjes’ inclusief te doorzichtige panty en Nike
Air Max. De alcoholwalm als ik naast zo iemand ga zitten. Het driftige pingen
over de vorige nacht, avond, middag, ochtend, als er maar afgepilst is. Het
steevast negeren van het ‘hier niet praten aub’ bord, niet om het over je fucking
samenvatting te hebben, maar om zeven keer per minuut “Neeee gast! MEEN je!
Moeilijk mooi!” uit te kramen. Ja, de gespreksniveaus zijn absoluut wat je zou
verwachten van de gemiddelde universitaire student. Lezen kunnen ze
ongetwijfeld, maar zich drie meter verplaatsen naar een plek waar je wél mag
telefoneren, ho maar. Rond een uurtje of 5 sloffen deze heldere lichten naar
beneden, om erachter te komen dat ze hun kluisjesnummer zijn vergeten. ‘Omdat
het kan’ schelden ze dan even de hardwerkende portiers stijf (“Waarom moet ik
*(#)@^# wachten tot 22 uur vuile proleet?!”). Ik begin zo’n vaag vermoeden te
krijgen dat ‘hallo meneer’ en ‘vriendelijk bedankt’ niet tot de standaard opvoeding
in Laren of Haren-Zuid behoort.
Dat
is wat mij irriteert, waar ik me aan erger, waar ik allergie van krijg. Daarnaast
worden de universitaire studenten boven andere mensen gesteld, superieur
geacht. Alleen het onderscheid maken tussen HBO’ers en studenten is al zo
snijdend (én tekenend!). Beide groepen studeren, beide zijn studenten. Maar ja,
wat ‘wij’ aan de universiteit uitvoeren is uitzonderlijk veel belangrijker
natuurlijk…
Goed, alles staat of valt
uiteindelijk met wát de UB eigenlijk is: een openbaar gebouw. Om er naar binnen
te komen hoef je geen studentenkaart te hebben, je hoeft niet in Groningen te
wonen, je hoeft niet jong te zijn of een mat en rijke ouders te hebben. Sterker
nog! Je mag 82 zijn en je stamboom uitzoeken. Je mag de warmte opzoeken en een boek
lezen dat je interesseert. En je mag je examen er leren. Het is een regelrechte
ramp, maar het mag. Dus dat wordt extra meters voor een goed plekje, aan die
jongen met zijn ‘Noord-Afrikaanse accent’ vragen of hij even stil wil zijn én
een keer tot tien tellen. Of: je komt om 8:30. Plek verzekerd.