woensdag 1 februari 2012

'Studenten' Bibliotheek


Recentelijk verscheen er een klaagzang op internet over de aanwezigheid van scholieren in de Universiteitsbibliotheek. Nu ben ik van mening dat als je iets doet, je het dan ook goed moet doen. Een blog schrijven over een ‘probleem’ en dat vervolgens zwak onderbouwen én niet in correct Nederlands schrijven, vind ik niet helemaal de manier. Na de irritatie die bij mij ontstond na het lezen van dit stuk, heb ik toch maar besloten de pen (of in dit geval de laptop) ter hand te nemen.

Dat er scholieren ‘jouw plekje’ in de UB bezet houden, is ongetwijfeld enorm vervelend. Want wat wij -universitaire studenten- doen, is vele malen belangrijker dan wat scholieren, HBO’ers en  MBO’ers doen. Sterker nog; ieder mens dat een voet in de UB zet, moet even goed nadenken of zij wel zo’n waardevolle aanvulling op de maatschappij zijn als wij. Jezus, wat is het belangrijk wat wij allemaal leren, bedenken en presteren. We mogen onszelf wel een enorme schouderklop geven, de top van de maatschappij, de crème de la crème, wij leiden, de rest volgt. Gadverdamme.

Waar ik me een ‘migraine’ aan erger? Je kunt je namelijk grammaticaal gezien onmogelijk ‘ergens aan irriteren’. Iets (je huisgenoot, een scholier) irriteert je en je ergert je ergens aan. Het onderscheid lijkt mij te volgen. Maar goed, mijn ergernis(sen). De Henk-Jan Friso van Gerenstraem-ter Veld’s die om 11 uur de UB binnenrollen. De bijbehorende ‘hertjes’ inclusief te doorzichtige panty en Nike Air Max. De alcoholwalm als ik naast zo iemand ga zitten. Het driftige pingen over de vorige nacht, avond, middag, ochtend, als er maar afgepilst is. Het steevast negeren van het ‘hier niet praten aub’ bord, niet om het over je fucking samenvatting te hebben, maar om zeven keer per minuut “Neeee gast! MEEN je! Moeilijk mooi!” uit te kramen. Ja, de gespreksniveaus zijn absoluut wat je zou verwachten van de gemiddelde universitaire student. Lezen kunnen ze ongetwijfeld, maar zich drie meter verplaatsen naar een plek waar je wél mag telefoneren, ho maar. Rond een uurtje of 5 sloffen deze heldere lichten naar beneden, om erachter te komen dat ze hun kluisjesnummer zijn vergeten. ‘Omdat het kan’ schelden ze dan even de hardwerkende portiers stijf (“Waarom moet ik *(#)@^# wachten tot 22 uur vuile proleet?!”). Ik begin zo’n vaag vermoeden te krijgen dat ‘hallo meneer’ en ‘vriendelijk bedankt’ niet tot de standaard opvoeding in Laren of Haren-Zuid behoort.

Dat is wat mij irriteert, waar ik me aan erger, waar ik allergie van krijg. Daarnaast worden de universitaire studenten boven andere mensen gesteld, superieur geacht. Alleen het onderscheid maken tussen HBO’ers en studenten is al zo snijdend (én tekenend!). Beide groepen studeren, beide zijn studenten. Maar ja, wat ‘wij’ aan de universiteit uitvoeren is uitzonderlijk veel belangrijker natuurlijk…

Goed, alles staat of valt uiteindelijk met wát de UB eigenlijk is: een openbaar gebouw. Om er naar binnen te komen hoef je geen studentenkaart te hebben, je hoeft niet in Groningen te wonen, je hoeft niet jong te zijn of een mat en rijke ouders te hebben. Sterker nog! Je mag 82 zijn en je stamboom uitzoeken. Je mag de warmte opzoeken en een boek lezen dat je interesseert. En je mag je examen er leren. Het is een regelrechte ramp, maar het mag. Dus dat wordt extra meters voor een goed plekje, aan die jongen met zijn ‘Noord-Afrikaanse accent’ vragen of hij even stil wil zijn én een keer tot tien tellen. Of: je komt om 8:30. Plek verzekerd.